Lompat ke isi

Kaca:De legende van den Loetoeng Kasaroeng.pdf/17

Ti Wikipabukon
Ieu kaca geus diuji baca

XXXII

VOORWOORD

.

Naar zijn begeer gevraagd, deelt hij dit mede; 't is hun niets, hij moet dus maar gauw tot Poerba sari terug gaan, daar zij wakker zou kunnen worden en zijn afwezigheid bemerken.

Soenan amboe spoort de wijzen nog eens extra tot haast maken aan.

Zij reppen zich; uit hun huidsmeer vormen zij ijzer en uit hun zweet staal; reng, een regen van bovennatuurlijk gereedschap valt op de aarde, Daarna dalen zij zelf omlaag.

Het wilde gedierte doen zij naar Poerba rarang's te openen ontginning verhuizen; dan gaat het er op los. Trang, treng, troeng, kletteren de kapmessen en dra ligt al het hout geveld; 't wacht nog maar op verbranding,

Loetoeng kasaroeng bedankt daarop de wijzen, die vervolgens naar den hemel terugkeeren.

Thans gaan ook Poerba rarang's lieden aan het kappen. Lengser leidt den arbeid; Indradjaja helpt mede.

Overstroomingen beletten den regelmatigen voortgang van den arbeid, maar deze komt toch gereed.

Wijl hetgeen op Poerba sari's hoema gescheidde onzichtbaar bleef en daarop slechts een loetoeng met een afgeknotte koedjang [1] wordt gezien, verheugt Poerba rarang zich in de terechtstelling van haar zuster.


Nu moet het neergehouwen gewas verbrand worden. Soenan amboe doet daartoe vuur van den hemel dalen, dat Poerba sari's lichting ongezien schoon brandt. Daarna verzoekt zij de wijzen andermaal neder te dalen om waakhutten te bouwen.

Zeven richten zij er op en voorzien deze van al het noodige, mitsgaders de muziekinstrumenten, die de schikgodinnen van den landbouw gaarne hooren bespelen.

Daarna betuigt hun de loetoeng zijn dank.

Poerba rarang's volk gaat branden; regen bluscht het vuur en Lengser slaat voor de stammen weg te sleepen. Aldus wordt het bouwveld beplantbaar.

Op Poerba sari's hoema ziet men alleen maar een loetoeng, en weer verkneutert Poerba rarang zich.

Soenan amboe, aan wie niets ontgaat, draagt thans der schikgodinne Wiroe manangga op bet alarmsignaal op het heilige bekken,,kendangan manik" te slaan.

  1. De koedjang, thans nagenoeg uit den tijd als werktuig en zelfs als amulet uit het verleden schaars geworden, was vroeger het ontginningskapmes bij uitnemendheid, doch geraakte, sedert de sawahbouw bijna allerwegen den hoemabouw verving, geleidelijk buiten gebruik. De verhalen behielden echter de herinnering aan dit gereedschap, insgelijks spreekwoordelijk geworden uitdrukkingen, bijv. in dit Tjaringinsche rijmpje:
    tanggal kidang toeroen koedjang,
    soeroep kidang toeroen koengkang.
    d. i. wanneer het sterrebeeld kidang = Orion in den morgenstond zijn hoogste punt boven den horizont bereikt, is het tijd om de koedjang te doen nederdalen d. w. z. de hoema's te gaan openkappen. Is Orion verdwenen, dan verschijnen de koengjang = de zeer veel schade aanrichtende stinkvliegen.