litteratuur eene eereplaats heeft ingenomen. Wat toch is het geval? De boekjes, die ik leerde kennen, zoowel de gedichten als de proza-werkjes, zijn meest van religieusen en moraliserenden inhoud, en zoo men nu uit vele volksboekjes schrapt, wat blijkbaar onder den invloed van den meester is neèrgeschreven, en verder, wat louter inkleeding is, houdt men bijna niets over dan zedelessen en vermaningen in den geest van de geschriften, die opgesteld zijn in den tijd, toen nog niemand onder de Europeanen zich met het Soendaneesch bemoeide.
§ 3. Van de verzameling kleine geschriften, welker bestaan dagteekent van den tijd vóór RIGG, en verder van die gedichten, welker ontstaan niet aan den invloed van HOLLE is te danken, kan men gerust zeggen dat zij alle kunstwaarde missen. Van belang, uit een taalkundig oogpunt beschouwd, hebben zij geene aanspraak op den naam van litterarische kunstvoorbreng selen. De poëzie is gerijmel, en het proza blijft laag bij den grond. Van de eerste spreek ik te dezer plaatse niet verder. Wat het laatste betreft, ik kan slechts getuigen dat de Panghoeloe van Garoet daarin een meester is, die al zijne voorgangers verre achter zich laat. In zijn dichtstijl moge hij worden geëvenaard, zijn proza staat geheel alleen, als een prachtige woudboom te midden van laag kreupelhout. Hij is wezenlijk de eerste Soendanees, die een eigen stijl heeft; al de anderen , die vóór hem proza hebben geleverd, verheffen zich niet boven den dagelijkschen spreektrant, hetzij in het verhaal, hetzij in het betoog. Alleen is het jammer, dat hij te veel verzen maakt, en zich niet uitsluitend of althans hoofdzakelijk toelegt op het schrijven van proza. Zijn zoon, Radèn KARTA WINATA, en zijne dochter, Radèn Ajoe LASMININGRAT, die beide zich met ijver hebben toegelegd op de kennis van het Hollandsch, en die van Hollandsche geschriften Soendanesche vertalingen in ongebonden stijl hebben geleverd, kunnen met den besten wil hunnen vader slechts op een afstand volgen. In één opzigt zelfs schaadt hun de kennis van het Hollandsch, daar zij somtijds stijve en stroeve volzinnen te lezen geven, waarop blijkbaar de zinbouw van het oorspronkelijke invloed heeft uitgeoefend. Toch aarzel ik niet beide auteurs, nevens hun verdienstelijken vader, te begroeten als de voorboden eener betere toekomst voor de lang verwaarloosde Soendanesche taal, die ten volle verdient dat zij met zorg wordt