als verouderd moet worden ter zijde gelegd. Het bestaat uit twee gedeelten, en geeft vooreerst eene beschrijving van eene Soendanesche Pasantrèn, terwijl het verder kortelijk handelt over de eerste leerboeken van den Santri. De lezer, die den „Santri gagal” weet te genieten, zal mij zeker de inlasschingen van het geheel ten goede houden, al ontmoet hij ook dingen, die hem reeds bekend waren . Ik schreef dan het volgende. —— „Op eenigen afstand van .... ligt de Pasantrèn ......; in de verte zou men denken dat het een gehucht was, zoo als vele in den omtrek. Want tusschen het geboomte vertoonen zich eenige huizen, en al naderende ontdekt het oog eenige aanplantingen, zoo als de Inlander die dikwerf heeft in de nabijheid zijner woning. In zekeren zin is het dan ook een gehucht, maar slechts van eenigzins bijzonderen aard. Dat blijkt reeds dadelijk, nu wij er binnen gaan; er zijn eenige kleine woningen, die zich door niets onderscheiden van de gewone Soendanesche huizen. Daar voor ons” echter is eene vierkante ruimte, gedeeltelijk ingenomen door een vijver, gedeeltelijk open grond. Aan de eene zijde staat een woonhuis, eenigzins ruimer dan dat van den kleinen man, en geen wonder: hier woont de leeraar, en tegenover zijn huis staat de tadjoeg of langgar, dienende tot school en bidkapel tevens. Tusschen het huis en de school ligt de vijver, welke dient voor de Islamitische wasschingen. Langs eene andere zijde der opene ruimte staan eenige gebouwen, afgedeeld in vertrekjes, bestemd voor drie of vier bewoners, die er nooit regtop kunnen staan, maar nadat zij, letterlijk ge sproken, door de vierkante opening gekropen zijn, steeds in eene liggende houding moeten verkeeren, hetzij op den buik, en dat wel des daags, hetzij op den rug of op de zijde, en dat des nachts. Die merkwaardige gebouwen met de benaauwde celletjes zijn de pondok's, dat kenmerkende der pasantrèn.
§ 10. „Na deze beschrijving van het uiterlijke, gaan wij over tot datgene, waarom het ons eigenlijk te doen is, namelijk de beteekenis van dat alles. Beginnende met den naam zullen wij gelegenheid hebben om de belangrijkste vragen betreffende dit onderwerp aan te roeren. Pasantrèn beteekent: eene verblijfplaats van of voor santri's, d. i. studenten, om een bij ons gewoon woord te bezigen, dat het meest overeenkomt met het Javaansche of Soendanesche santri. Studenten in de theolo-