Lompat ke isi

Kaca:Soendanesche bloemlezing - fabelen, brieven en verhalen - Volume 1.pdf/27

Ti Wikipabukon
Ieu kaca geus divalidasi
XVIII
INLEIDING.

gie wel te verstaan, want deze faculteit omvat hier alle andere. Studeren in een ruimeren zin is: ngadji; dat doet de knaap, die bij zijn vader, of bij ’s vaders kundigen vriend of buurman, den Koran leert lezen, dat wil zeggen: leert opdreunen, zonder één woord der heilige taal te verstaan. Dat doet ook de santri, maar van hem gebruikt men meer het woord: masantrèn, d. i. op studie liggen. Eigenlijk kent de Soendanees en de Javaan slechts ééne soort van scholen, in den vollen zin des woords; dat zijn de pasantrèn's. De eerste graad van onderwijs, het lezen van den Koran, is louter machinaal leeren, klank- en geheugenwerk; het is geen schoolonderwijs. Wij spreken nu niet van de Gouvernementsscholen, die in het Javaansch sekolah en in het Soendaneesch iskola heeten. — De pasantren dan is de school der Mohammedaansche Javanen en Soendanezen, waar zij zich heen begeven om wijsheid op te doen, en van waar zij ook werkelijk eenige kennis medebrengen. De kleine man is reeds zeer geleerd, zoo hij den Koran leest; maar die naar hoogere dingen staan, die hunne godsdienst willen leeren kennen om de voorgeschrevene pligten te kunnen vervullen, moeten gaan studeren op de pasantren. Daar leert men ook wel eerst den Koran lezen, doch men gaat verder, en bekomt onderrigt tot in de diepste geheimen toe.

§ 11. Wij spraken nog niet van den leeraar; hooren wij hem eens om te vernemen wat zijne leerlingen van hem leeren. Hij is afkomstig uit deze streek, waar hij voor zeven jaren zijne school opende; maar vroeger studeerde hij op Java, in ééne der geroemde en wijd vermaarde pasantrèn's. Van daar teruggekeerd, gevoelde hij tot niets anders lust dan tot de mededeeling zijner kennis aan leergierige knapen en jongelingen, die uit eigen beweging tot hem zouden komen of door de hunnen zouden worden gezonden, om onder zijne leiding één of twee jaren, of langer zich te oefenen in de heilige studiën. En welke geleerd heid bragt hij van het Oosten herwaarts? Hij noemt U de titels van eenige boeken, die den grondslag uitmaken van zijn onderwijs, en bekent U tevens dat er nog andere werken zijn, die verder gaan, waaruit hij evenwel niet onderwijst. Wanneer Gij met hem in de tadjoeg gaat, zal hij ze U laten zien; want het is heden Donderdag, de tweede leerdag van de week. Heden en op Maandag komen de leerlingen voor hem, en hij leert hun