den Profeet MOESA (MOZES), —— en tien Boeken tot den Profeet IBRAHIM (ABRAHAM), —— en het Boek Indjil (het Evangelie) tot den Profeet ISA (JEZUS), —— en het Boek Djaboer (de Psalmen) tot den Profeet DAWOED (DAVID), —— en het Boek Koer-an tot MOEHAMMAD, den uitverkorene, wien God zegene en vrede geve.” —— „De eerste der Profeten is de Profeet ADAM, en de laatste de Profeet MOEHAMMAD. —— Zes hunner hebben eene Sarèngat (instelling, zooveel als nieuwe godsdienst) gegeven, namelijk : ADAM, NOH (NOACH) , IBRAHIM, MOESA, ISA en MOEHAMMAD. De sarèngat van MOEHAMMAD heeft alle (vorige) vervangen.”
§ 14. „Het derde leerboek heeft tot titel: „Over de kennis van de godsdienst en het geloof.” —— Omtrent den inhoud des geloofs wordt hetzelfde gezegd, wat boven daarover voorkomt. Van de ware godsdienst (islám) wordt gezegd, dat zij bestaat: „in de betuiging dat er geen Heer is dan de Heere God (Allah), en dat de Profeet MOEHAMMAD de Gezant Gods is, in het verrigten der gebeden, het geven der godsdienstige belasting (djakat), het waarnemen der vasten in de maand Ramelan, en het gaan ter bedevaart naar Mekka, wanneer men daartoe in staat is.” —— Even als in het tweede werkje wordt in dit derde met eenige uitvoerigheid gehandeld over het „geloof” (imán). Het vierde leerboek geeft onderrigt in de kennis van Gods eigenschappen, een onderwerp, zeer geliefd bij de Mohammedaansche theologen. —— Het is mij natuurlijk hier niet te doen om onderrigt te geven in de kennis van den Islam, maar alleen om te doen zien welke kennis van den Islam te vinden is bij de volleerde santri's, dus bij dat gedeelte der bevolking, waar de overgeleverde gods dienst zich voortplant. Daarom geef ik ook geene vertaling van een geheel leerboek; ik bepaal mij tot het karakteristieke van het Mohammedanisme, en voeg hierbij nog enkele opmerkingen. Wat vooreerst de volgorde betreft, het is niet te verwonderen, dat de santri moet beginnen met de voorschriften omtrent wassching en gebed. Bij het meer innerlijke van den Islam heeft deze godsdienst eene groote mate van uiterlijkheid, veelzins te vergelijken met de vormen van het Mozaïsme. Voor den geloovige is het van groot belang te weten wat noodzakelijk en verdienstelijk (perloe en soenat) is in het stuk der heilige handelingen. Daarom is dan ook de kennis van de voorschriften, het eerste leerboek behandeld, de meest algemeene onder de