Ieu kaca geus diuji baca
8
worden gesloten, maar in de overige, oorspronkelijk opene lettergrepen wordt aan het slot soms een verbindingsletter ingevoegd, en wel doorgaans een neusklank, verwant met de beginletter der volgende lettergreep, terwijl sluiting vóór ':l, r en s plaats heeft door middel van den keelneusklank ng, vóór tj door middel van n of ng, en vóór t, d, p en book wel door ng.
§ 10. De werking der zeven genoemde wetten vertoont zich in alle Soendanesche woorden van inlandschen oorsprong, behalve dat de zevende wet niet geldt voor woorden, welke ontstaan door verdubbeling van dezelfde lettergreep of van hetzelfde woord, of door afleiding met behulp van het voorvoegsel pang en van de achtervoegsels kun en na of nana, of door zamenstelling. De basterdwoorden daarentegen worden deels ongewijzigd, deels gewijzigd overgenomen. In het laatste geval volgen zij bijzondere regels, die bij de behandeling der Woordleening moeten worden opgegeven. ---Twee klankwetten, die slechts voor een bepaald aantal echt Soendanesche woorden gelden, en daarom ook tot de bijzondere kunnen worden gerekend, moeten onmiddelijk op de algemeene volgen, dewijl zij beide een zeker aantal uitzonderingen tot nieuwe regels maken. De eerste (VIII) is de klanksplitsing, dat is, de deeling van a, i, oe, è, o en u in a-a, ii, oe-ce, è-è, o-o en uu, waardoor éénlettergrepige woorden tweelettergrepig worden gemaakt. Voorbeelden hiervan zijn: tjaah, tiis, boeoek, dèèt, bool en kuung, ontstaan uit: tjah, tis, boek, dèèt, bool en kung. De tweede (IX) is de klankscheiding, dat is de verdeeling van zamensmeltingen, met tusschenvoeging, in den regel van den daaropvolgenden en hoogst zelden van een anderen klinker, en dus de verlenging van het woord met ééne lettergreep. Voorbeelden zijn: karapjak, kiripik, koeroepak en koropok, ontstaan uit: krapjak, kripik, kroepak en kropok, benevens doewa, ontstaan uit dwa.