| was stam geworden van n g a l a d j o er = n g a d j o e d j o e r, toegeven aan een hartstogt, | |
| G u g u t , | erg op iemand zijn, niet van iemand afkunnen, van verliefden en jonggehuwden, ook van een
moeder in betr. tot een kind, — van ✓ g u t, verwant met ✓ k u t (zie d u k u t en b u n g k u t onder IV) en tevens de wortel van l u g u t, z. v. a. g u t a h, hars, gom, kleverig plantensap. |
VI. Stamvorming door klankaplitsing (Wet VIII) komt voor bij een klein aantal woorden, wier wortelvorm nog overgebleven is in het Javaansch of in het Maleisch, en verder bij eenige andere woorden, die alleen in het Soendaneesch gebruikelijk zijn. Zoo is tjaah, bandjir of plotsclinge zwelling van een bergstroom of van een rivier, ontstaan nit *t j a h=w a h=b a h, M., dat dezelfde beteekenis heeft, — en b o o l=b o l J. is de naam van den endeldarm.
VII. Stamvorming door klankversterking (Wet XV) is eigenlijk eene secundaire vorming, waaraan w o r t e l k o p p e l i n g als primaire is voorafgegaan, De vorm ✓ + ✓ verdwijnt, en de nieuwe, versterkte stam komt als woord in gebruik, Voorbeelden zijn:
| K é n é h , | primeir k é n é=k é n é, J.=k i n i, MM.=ki+ni. In het Sd. is de beteekenis: nog steedg;
in het Jav. is het bij woord van plaate: h i e r, en in het MM. bijw. van tijd: nu, thane. |
| T é r é h , | binnen kort, — primair *téré = *t i r i=ti+ri. |
| P i s a n , | ten volle, uitermate, — primair *pisa= pi+sa. |
| M a n a n , | dan (bij v e r g e l i j k i n g e n), — primair m a n a==ma+na. |
| T u i n g , | te zeer, al te, — primair *t u i =tu+i. |
| B a r a n g , | toen, op den tijd dat, — primaiy *b a r a=ba+ra, verwant met b a r i, terwijl, en tegelijk, tevens. |
VIII. Stamvorming, door lettergreepkoppeling (zie § 9, onder 2°) heeft plaats bij s t a m w o r t e l s.