Lompat ke isi

Kaca:Soendanesche bloemlezing - legenden en Moslimsche leerboekjes.pdf/65

Ti Wikipabukon
Ieu kaca geus diuji baca

51

haar rijkdom en vrij goed van uiterlijk. - De Soendanees zegt eigenlijk : beroemd was haar rijkdom en vrij goed was haar uiterlijk. En soms wordt ook het bezittelijk aanhechtsel weggelaten, vooral in de gemeenzame rede. Tu soeka tu soedi tuing ka djelema kitoe patoet, nja goreng, nja malarat, Ik heb volstrekt geen lust of zin in een man, die zoodanig van uiterlijk is, zoo leelijk en zoo arm.

XVII. OVER DEN VOLZIN EN DE VOEGWOORDEN.

§ 45. Een volzin is een zin, waarin één of meer zinnen voorkomen, mits die aan den hoofdzin toegevoegde bijzin of bijzinnen eene zekere zelfstandigheid hebben. Zoodra dus een zin met het voegwoord jèn, dat, aan een deel van een anderen zin wordt verbonden, zoo als in den tweeden eenvoudigen zin onder § 26, ontstaat er geen eigenlijke volzin. Als men zegt : Kaoela njaho jèn hantu aja Djoeragan anoe satemen-temenna ngan Allah, Ik weet dat er geen ware Heer is behalve Allah, - maken de woorden: hantu...... Allah op zich zelf wel is waar een zin uit, maar in dezen zamenhang zijn zij niets anders dan eene bepaling bij njaho. Om die reden is het dan ook dat de gansche zin onder de eenvoudige is geplaatst. De volzinnen daarentegen, die onder § 26 zijn opgegeven, bestaan alle uit een hoofdzin met één of meer bijzinnen. Doorgaans worden de bijzinnen voorafgegaan door een voegwoord, en bij den eenvoud van den Soendaneschen stijl zal het Woordenboek in den regel voldoende zijn ter verklaring van die voegwoorden. Eene syntactische behandeling van de verschillende soorten van bijzinnen is dan ook overbodig voor den gebruiker van het Woordenboek en de Spraakkunst, die op last van het Gouvernement van Nederlandsch-Indië door den Heer OOSTING zijn zamengesteld.