Lompat ke isi

Kaca:Tijdschrift voor Indische Taal- Land- en Volkenkunde, LIII.pdf/201

Ti Wikipabukon
Ieu kaca can diuji baca

178

Saloemarik enz.[1]

Sanghyang Aloe wési, dit ‘t heiligdom Rantja maja[2] aan 't ophoogen was, kwam te yoorsehijn: ,wel heil Rantja ma'a, onze namen zijn Sang Oedoe-hasoe, Sang Poeloeng-gana en Sang Soeroe-gana de vorst-goden der bosch geesten, Sang Soesoek toenggul is het, die maakte palaka? sriman sriwatjana Sri badoega Maharadja di radja, ratoe hadji di Pakwan Padjadjaran, die tot bureht heeft Sri Bima Poenta Narajana Madoera Soeradipati, welke is te Pakwan; Sanghyang Sri Ratoe Dewata (in opdracht van?) Sang Soesoek toenggal (ontgon?) een gereinigd (?) stuk grond, een goede grond uan zijn vervanger.

Radja Oetama was yorst honderd jaar, Rahijang Bangua was koning (slechts) zeven jaar, want niet hij beleed den waren godsdienst.

Rakejan Tarimeédang bekleedde het koningschap zeven jaar,

Rakejan Tadiwoes was koning vierentwintig jaar:

Rakejan Tuwawoes was koning tweeénzeventig: jaar ;”

Veel bizonders lezen wij uit dexe mededecling niet, maar toch yerdient de daarin yoorkomende naam Sang Soesoek toenggal = de goddelijke, cenige stichter, de aandacht in verband met het heiligdom van Embah Mangprang = Prahoe Soesoek agoeng, dat een weinig noordwestelijk van den Butoe-toelis wordt aangetroffen. Want onderstellend, dat Sang Soescek toenggal en Praboe Soesoek agoeng dezelfde vijn, dan zou dus de keramat Baibah Mangprang een vorstelijk graf wezen.

Vervolgens moet melding gemaakt worden van deze plaats . . . .[3] saloemah ing Windoe radja miseuweukeun Rakejan Darma siksa. Mĕtoe Pata(n)djala sakti menta lĕmah kai(n)jtar ti Rahijang Sĕmpok wadja, basa dii(n)tarkeun bajoe, basa njijan salwa, diintarkeun ka Saoenggalah ka Rahijang Sĕmpak wadja, dingaranan Sang Karma saja koe Rahijang Sĕmpak wadja.

——————————

  1. saloemah ing?
  2. een dorpje van dien naam ligt dicht bij Buitenzorg.
  3. Fol. 8 - 2, 9.